Glas-in-lood

Glas in lood werd vroeger toegepast omdat glas handmatig werd vervaardigd. Vlakglas in grote afmetingen kan alleen machinaal gemaakt worden.

Tegenwoordig wordt glas-in-lood vrijwel alleen toegepast vanwege de decoratieve uitstraling. Bij doorvallend licht komt een glas-in-lood paneel het mooist tot zijn recht.

Glas-in-lood bestaat in zijn eenvoudigste vorm uit rechthoekige ruitjes van helder of gekleurd glas, die tot een paneel worden samengesteld met stukjes loodprofiel. Op de verbindingspunten worden de profielen aan elkaar gesoldeerd. Voor de rand wordt vaak een speciaal profiel gebruikt, al dan niet voorzien van een staalstrip.

Om een bepaalde voorstelling duidelijker te maken worden soms brandschilderingen aangebracht. Daartoe wordt grisaille op het glas aangebracht, dat in een oven in het glas wordt gebrand. De ramen worden daardoor donkerder en meestal ook minder doorzichtig.

Speciale effecten worden tegenwoordig ook nagestreefd door ruitjes van gefused glas in het paneel op te nemen. Glasfusing is een proces, waarbij verschillende stukjes glas, glasstripjes, -staafjes en -korrels tegen en over elkaar worden gelegd of gelijmd en in een oven worden versmolten. De mate van versmelting is afhankelijk van de temperatuur (van 600 tot 900 °C). Het ruitje vloeit bovendien een beetje uit; je weet daardoor niet hoe groot het precies wordt. De rest van het paneel moet aan deze stukken worden aangepast. In verband met dikteverschillen is een extra breed loodprofiel om de gefusede delen onvermijdelijk.